Incidentbestrijding

Prestatie-indicatoren

Uitrukken brandweer

In de eerste bestuursrapportage verwachtte VRBZO fors meer uitrukken door brand. Echter, in de afgelopen zomer was het aantal uitrukken voor brand niet hoger dan initieel verwacht. Het aantal uitrukken voor brand verloopt hiermee binnen de jaarprognose voor 2019. Hetzelfde geldt voor uitrukken voor ongevallen. Het aantal uitrukken in deze categorie is al enkele jaren stabiel. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat hier de komende periode fluctuaties in optreden.


Dalende trend automatische alarmen houdt aan

De dalende trend in het aantal uitrukken door automatische alarmen zet verder door. Hiermee blijkt de gerichte aanpak richting aangesloten organisaties, door na een alarm eerst contact op te nemen alvorens te alarmeren, nog steeds goed te werken. Door verificatie bij een alarm hebben we het aantal (nodeloze) uitrukken verder weten te reduceren.


Meer inzetten voor overige hulpverleningsverzoeken

Onder de categorie overig vallen onder andere uitrukken voor reanimaties, dienstverlening bij storm, liftopsluitingen en metingen voor koolmonoxide. De afgelopen periode valt vooral het aantal uitrukken voor dienstverlening bij extreem weer (storm) op. In juni veroorzaakte het weer behoorlijke overlast in de regio. Ook wordt de brandweer steeds vaker ingezet bij reanimaties: over geheel 2018 werd de brandweer 425 keer opgeroepen, in 2019 werd dit aantal al eind augustus bereikt.


Opkomsttijden

Het percentage betekent dat de brandweer bij 70,1% van de incidenten met een bestuurlijk vastgestelde opkomstnorm deze norm heeft behaald. Dit past in de stabiele lijn van ongeveer 70% van de afgelopen jaren. Ondanks de forse uitdagingen op gebied van paraatheid bleef het percentage ook in de zomermaanden rond het cijfer van het meerjarig gemiddelde.


Nieuw dekkingsplan

Het opkomstcijfer is nog berekend aan de hand van het bestuurlijk dekkingsplan uit 2015. In maart 2019 is een nieuw dekkingsplan voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Dit dekkingsplan moet nog formeel worden bekrachtigd. De prestaties afgezet tegen de normen van het dekkingsplan 2019 is het verschil relatief klein: we voldoen dan in 71% van het aantal uitrukken aan de normtijd, ten opzichte van 70,1% op basis van de normen in het dekkingsplan 2015.


Opkomsttijden uitgelegd

Het repressieve brandweerproces start bij het ontvangen van de melding door de meldkamer brandweer (MKB). Vroege ontdekking en snelle melding bij de meldkamer van een incident zijn essentieel om slachtoffers en schade te minimaliseren. De opkomsttijd is de tijd tussen het moment dat een incident wordt gemeld bij de meldkamer brandweer en het moment dat de eerste brandweereenheid ter plaatse is. Deze tijd wordt theoretisch berekend door specifieke software, onder andere aan de hand van historische uitruktijddata. Dit rekenprogramma houdt verder rekening met tal van variabelen, zoals locatie van gebouwen ten op zichte van de brandweerpost, verkeerslichten, rijsnelheid en overige verkeersbelemmerende maatregelen. De uitkomst is een prognose van de opkomsttijd op objectniveau.


Uit welke onderdelen bestaat de opkomsttijd?

Hieronder leggen we stapsgewijs uit welke onderdelen de opkomsttijd bepalen.


Ontdekkingstijd & melding: de tijd tussen het ontstaan van een incident en het melden van het incident bij de meldkamer. Snelle ontdekking en melding zijn essentieel voor effectieve bestrijding, maar onmogelijk te normeren.


Verwerkingstijd MK (meldkamer): de tijd tussen het ontvangen van de melding door de meldkamer en het alarmeren van een of meer brandweereenheden. De meldkamer vraagt uit waar het incident is, wat er aan de hand is, hoe ernstig het is en wie de melder is.


Uitruktijd: de tijd tussen de alarmering en het moment waarop een eenheid de kazerne verlaat. De brandweer-functionaris moet reageren op het alarm, zich naar de post / kazerne begeven en aankleden.


Rijtijd: de tijd voor een eenheid om van de kazerne naar de incidentlocatie te gaan.


Paraatheid / beschikbaarheid

Vanuit de operatie zien we dat de paraatheid bij sommige posten niet op het gewenste niveau ligt, vooral overdag tijdens werkdagen en in vakantieperioden. Om die reden zijn tijdens de zomermaanden operationeel tactische maatregelen genomen om de paraatheid te kunnen blijven borgen. Hierbij is gebruik gemaakt van de kracht van zowel vrijwilligers als beroepsbrandweer door:


  • Tijdelijke versterking van enkele posten door beroepsondersteuning op strategische locaties;
  • Tijdelijk standaard twee TS-en alarmeren bij woningbranden en ongeval met beknelling, om te zorgen dat we zo snel mogelijk hulp verlenen en de kans op slachtoffers te verkleinen.

Vakbekwaamheid

Iedere functionaris die mee mag uitrukken is voldoende vakbekwaam om het vak van brandweerman uit te kunnen oefenen. Het brandweervak vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Het is immers niet zonder gevaar, zowel voor het individu als voor de omgeving. Om een veilige en effectieve inzet te garanderen, is vakbekwaamheid en regelmatig trainen en oefenen essentieel.


Kort voor de zomermaanden is in het bijzonder aandacht voor natuurbrandbestrijding. De belangrijkste aandachtspunten en onderdelen uit de procedures zijn extra belicht tijdens oefeningen en via een instructiefilm.


Werving nieuwe vrijwilligers

We ervaren een toenemende druk bij het werven, opleiden en trainen van nieuwe medewerkers: het verloop binnen vrijwilligers stijgt wat zorgt voor druk op de werving van nieuwe medewerkers en vraagt om een flexibele opleidingscapaciteit. Op korte termijn wordt een campagne gestart om mensen te interesseren voor het brandweervak en zich aan te melden voor een opleiding tot brandweerman / -vrouw.


Voortgang organisatiedoelstellingen

VRBZO vernieuwt de brandweerorganisatie op basis van kwaliteit, capaciteit & continuïteit

In het bestuurlijk vooroverleg Incidentbestrijding zijn de contouren van de visie incidentbestrijding besproken. De verdere ontwikkelingen rondom de brandweerorganisatie worden meegenomen in de bestuurlijke besluitvorming van het nieuwe meerjarenbeleidsplan.


Een complicerende factor in het toekomstbeeld is het feit dat momenteel op vele (landelijke) tafels nog volop wordt gesproken over de toekomst van brandweerzorg. Enkele belangrijke lopende ontwikkelingen:

  • De evaluatie Wet veiligheidsregio’s start eind 2019, waarbij ook het huidige stelsel van opkomsttijden wordt meegenomen.
  • In de Brandweerkamer wordt gesproken over de diversiteit van specialismes om de belasting in tijd (voor training en inzet) voor de vrijwilliger behapbaar te houden.
  • Ook bij het Veiligheidsberaad zijn de invulling van vrijwilligheid en arbeidsrelatiearrangementen in relatie tot Europese richtlijnen actuele thema's op de uitvoeringsagenda. Het Veiligheidsberaad heeft opdracht gegeven te onderzoeken hoe de personele capaciteit bij de brandweer mogelijk kan worden aangepast aan het juridisch kader. Eind 2019 worden de uitkomsten hierover verwacht.


Hiermee wordt duidelijk dat deze doelstelling niet in de looptijd van het meerjarenbeleidsplan (tot en met 2019) wordt behaald. In het nieuwe beleidsplan wordt de inrichting van de brandweerorganisatie een belangrijk item.