Incidentbestrijding

Prestatie-indicatoren

Uitrukken brandweer

Aantal uitrukken brand licht hoger

Het aantal uitrukken voor brand was in de periode januari tot en met april licht hoger dan gemiddeld. Dit komt met name omdat we in april ruim 30% meer uitrukken voor brand hadden dan gemiddeld; de maand april was erg droog en er waren relatief veel buiten-/natuurbranden. Gelet op recente voorspellingen door het KNMI, ook komende zomer lijkt warm en droog te worden, verwachten we dat deze trend zich de rest van het jaar doorzet en dat de prognose naar boven moet worden bijgesteld. Het is nog moeilijk te voorspellen of het aantal van 2018 wordt geëvenaard.


Aantal uitrukken op automatisch alarmen fors lager

Het aantal uitrukken door automatisch alarmen is fors lager dan verwacht. Dit is deels te verklaren door het verifiëren en uitvragen door de meldkamer alvoor zij alarmeren. Tevens zien we dat het aantal meldingen vanuit automatische alarmsystemen ongeveer 15% lager is dan gemiddeld. We onderzoeken wat hieraan ten grondslag ligt.


Volgens verwachting

Het aantal uitrukken voor ongevallen verloopt conform verwachting. Hier zijn geen bijzonderheden over te vermelden.


Onder de categorie overig vallen met name de uitrukken voor reanimaties, dienstverlening bij storm en liftopsluitingen en metingen voor koolmonoxide. In het algemeen verloopt het aantal uitrukken in deze categorie volgens prognose. We verwachten wel dat het aantal uitrukken in deze categorie zal toenemen, aangezien de brandweer vaker ingezet wordt voor reanimatie. Elke post kan hiervoor opgeroepen worden en de praktijk leert dat dit ook gebeurt.

Opkomsttijden

In maart van dit jaar zijn door het Algemeen Bestuur, als onderdeel van het Brandweerzorgplan, nieuwe opkomst-normen vastgesteld via het dekkingsplan 2019. Bij het opleveren van deze bestuurrapportage zijn de normen nog niet doorgevoerd in systemen en rapportages. Deze aanpassing is bij de volgende bestuursrapportage zichtbaar.


Voor de maanden januari tot en met april behaalde de brandweer in 71% van de gevallen de opkomsttijd. Dat betekent dat de brandweer bij 71% van de incidenten met een vastgestelde opkomstnorm deze norm heeft behaald. De resultaten van de afgelopen jaren laten zien dat het opkomsttijdenpercentage met de beschikbare capaciteit stabiliseert rond de 70%.

Opkomsttijden uitgelegd

Het repressieve brandweerproces start bij het ontvangen van de melding door de meldkamer brandweer (MKB). Vroege ontdekking en snelle melding bij de meldkamer van een incident zijn essentieel om slachtoffers en schade te minimaliseren. De opkomsttijd is de tijd tussen het moment dat een incident wordt gemeld bij de meldkamer brandweer en het moment dat de eerste brandweereenheid ter plaatse is. Deze tijd wordt theoretisch berekend door specifieke software, onder andere aan de hand van historische uitruktijddata. Dit rekenprogramma houdt verder rekening met tal van variabelen, zoals locatie van gebouwen ten op zichte van de brandweerpost, verkeerslichten, rijsnelheid en overige verkeersbelemmerende maatregelen. De uitkomst is een prognose van de opkomsttijd op objectniveau.


Uit welke onderdelen bestaat de opkomsttijd?

Hieronder leggen we stapsgewijs uit welke onderdelen de opkomsttijd bepalen.


Ontdekkingstijd & melding: de tijd tussen het ontstaan van een incident en het melden van het incident bij de meldkamer. Snelle ontdekking en melding zijn essentieel voor effectieve bestrijding, maar onmogelijk te normeren.


Verwerkingstijd MK (meldkamer): de tijd tussen het ontvangen van de melding door de meldkamer en het alarmeren van een of meer brandweereenheden. De meldkamer vraagt uit waar het incident is, wat er aan de hand is, hoe ernstig het is en wie de melder is.


Uitruktijd: de tijd tussen de alarmering en het moment waarop een eenheid de kazerne verlaat. De brandweer-functionaris moet reageren op het alarm, zich naar de post / kazerne begeven en aankleden.


Rijtijd: de tijd voor een eenheid om van de kazerne naar de incidentlocatie te gaan.


Paraatheid

De afgelopen maanden zijn we bezig geweest met het inzichtelijk maken van een valide paraatheidscijfer. Dit blijkt gecompliceerder dan verwacht door onzuiverheden in beschikbare data. Om die reden is een 0-meting gestart, welke in juli wordt afgerond.


Wat zien we op de werkvloer?

Vanuit de operatie zien we dat de paraatheid bij sommige posten niet op het gewenste niveau ligt, met name overdag tijdens werkdagen. Met de verwachte drukke zomermaanden, tevens vakantieperiode, voor de boeg staan we voor een stevige uitdaging. Om die reden zijn enkele operationeel tactische maatregelen genomen om de paraatheid te kunnen blijven borgen. Hierbij willen we gebruik maken van de kracht van zowel vrijwilligers als beroepsbrandweer Dit doen we onder andere door:

  • Tijdelijke versterking van posten door beroepsondersteuning op strategische locaties;
  • Tijdelijk standaard 2 TS-en alarmeren bij woningbranden en ongeval met beknelling, om te zorgen dat we zo snel mogelijk hulp verlenen en de kans op slachtoffers te verkleinen.


Het uiteindelijke doel is dat we, ook in een periode waarin we over minder mensen kunnen beschikken, de best mogelijke brandweerzorg bieden voor de hele regio Zuidoost-Brabant.


Vakbekwaamheid

Het brandweervak vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Het is immers niet zonder gevaar, zowel voor het individu als voor de omgeving. Om een veilige en effectieve inzet te garanderen, is vakbekwaamheid essentieel. Dat betekent in beginsel een intensieve opleiding om op het landelijk vereiste niveau te komen. En daarna stopt het niet. Brandweerfunctionarissen trainen en oefenen bijna wekelijks om te zorgen voor vakmanschap. Dat is voor een groot deel maatwerk. Door te trainen en oefenen, houden we vaardigheden en kennis van medewerkers op peil. Iedere functionaris die mee mag uitrukken is daarmee voldoende vakbekwaam om het vak van brandweerman uit te kunnen oefenen.